Grensperikelen.
Er moeten in Nederland ergens nog een aantal schriften en boekjes liggen uit een bepaalde tijd. Ik droeg toen altijd boekjes bij waar ik met een vulpen zinnen opschreef die op zo’n moment een mijlpaal waren, een gedachte die door mijn hoofd ging, een twijfel…
Franny kennende zal ze dat niet weggegooid hebben, zo erg kwaad kan ze toch niet op me geweest zijn. Vooral omdat zij ook altijd waarde hechtte aan bepaalde dingen. Zij had een prachtige verzameling van stokjes op het strand gevonden, stenen van waar we gewandeld hadden en ieder objekt had zijn lading.
Zij hechtte waarde aan de kleinste dingen terwijl ze andere materiele dingen makkelijk achterliet.
Dat ging zelfs zover, van ons allebei, dat we bij ontvangst van onze verhuizing in Brazillië grote dozen vol met wrakhout, stenen en voor andere mensen onbelangrijke voorwerpen, die de douaneambtenaren zo verbijsterde dat ze helemaal vergaten om steekpenningen te vragen voor het binnenbrengen van dure geluidsapparatuur en andere dingen.
Snapten ze niks van.
Toen het werk in Guyane een beetje te veel begon te worden, ik had voor de tweede keer malaria opgelopen en mede door het gezeur met dat bedrijf, zijn we naar alternatieven gaan zoeken.
Was het, en zal het nog wel zijn, mode om souveniertjes uit Guyane mee te nemen en één van de meest gewilde dingen waren pepitas, pure, natuurlijke goudklompjes die, al naar gelang de grote, de vorm en nog een paar faktoren, niet de goudprijs opleveren maar wat de liefhebber daar voor wil geven.
Die werden dan óf los, óf als hanger aangeboden.
Ook edelstenen gaan als broodjes over de plank.
Wij kenden toen een alle grote jongens van de BPS en Edf, ambtenaren met een verschrikkelijk salaris en hoopjes toeslagen.. Die hadden geld.
Wij zijn dus pepitas gaan kopen in Brazillië om die in Guyane te verkopen, dat mag dus niet…….en daarom kan je er ook goed op verdienen, oeroud principe.
Na veel geloop in Amapá hadden we dan bijna een kilo pepitas gekocht en die aan kettingetjes laten maken.
De enige manier om in Amapa te komen was om in Cayenne een vijf plaatsen vliegtuigje te huren en naar St. George te vliegen, de boot naar Oyapock en dan de bus naar Macapa.
Dat waren vliegtuigjes van particulieren die hun vlieguren moesten maken om hun brevet te behouden en dat was dus lekker goedkoop en niet aan tijden gebonden.
Terug dus hetzelfde alleen dan omgekeerd.
Soms was er een wat groter lijnvliegtuigje, met een 20 plaatsen, en die dag namen we die!
Wij hadden in Fortaleza een paar hangmatten gekocht en de pepitas had ik allemaal om mijn nek gehangen want aan de Franse grens kunnen ze nog wel eens vervelend zijn, daar weet ik wel iets meer van en ik moest me eigenlijk gedeisd houden.
Toen wij bij het vlieveld in St’ George aankwamen, , een grasveld wat tussen grote bomen was uitgetrokken, om de vlucht naar Cayenne te ondernemen.
Weet niet meer waarom maar het was zo’n dag dat alles een ietwat misloopt en je eigenlijk beter op je bed had kunnen blijven liggen, niet aanspreekbaar dus.
Toen begon zo’n vervelend dik en bezweet ambtenaartje, in een met verkeerde kleuren, tientallen keren gestopt uniform, opeens onze zorgvuldig opgevouwen hangmatten uit onze tas te trekken.
Nu weet ik niet of iemand een idee heeft wat het is om het touwwerk van een hangmat uit elkaar te halen als een ongeïteresseerd iemand dat door elkaar gooit, maar daar wordt je niet vrolijk van.
Om die hangmatten in de tas te krijgen waren we tijden bezig geweest met vakmensen in de fabriek ( zie fotos ), als zo’n druiloor dan 7 hangmatten uit elkaar pluist dan kom jij die dag niet meer van het vliegveld weg!
Ik wilde die man dat eerst vriendelijk uitleggen maar zag al gauw dat hij erop uit was om mij te dwingen wat geld uit de zak te halen om ons leven wat makkelijker te maken en op te houden met het gesnuffel in onze spullen.
Als zoiets nou op een bepaalde manier gebeurt dan wil ik daar ook nog wel eens in meegaan, kan ook wel eens grappig zijn dat onderhandelen over “steekpenningen”, dat kan een ritueel zijn mits het “met de juiste regels” gebeurt! Sommige ambtenaren kleden dat op zo’n originele wijze aan en houden dat binnen bepaalde grenzen dat je bijna met plezier zo’n man wat geeft!
Vakwerk!!
In Brazilië, waar er hongerloontjes worden verdiend zijn er mensen die dat tot een kunst hebben vermaakt en is het ook nog begrijpelijk, tot op zekere hoogte dan!
Dit mannetje was echter een Franse beambte met een Frans salaris en had het zeker niet nodig voor de eerste levensbehoeftes…..
Het was zo’n, van zijn macht bewuste, zuiger die gewoon uit pure kwaadaardigheid iedereen lastig viel en wat afhandig wilde maken omdat de meeste mensen die vlucht speciaal hadden genomen, wat een algemeen bekend feit was, voor de “contrabande” omdat in Brazilië toen alles véél goedkoper was.
Nu moet ik even een sprongetje maken, onze tandarts in Matoury, een fijne vriend waar ik het nog wel over zal hebben, en die was banger om jou pijn te doen dan dat jij bang was om pijn te krijgen.
Zijn behandelingen duurden dan ook redelijk lang. Hij zette dan ook klasieke muziek op, waarvan in ieder geval hij rustig werd, en hij bleek een fan te zijn van Ellie Ameling, de tante van Franny.
De behandelingen, ook omdat Fran en ik overal samen naar toe gingen, dat gaf je rust en vertrouwen, werden ook gauw een sociale bezigheid waarbij er één altijd zijn mond hield.
Er waren twee muziekstukken die hij altijd opzette als wij er waren en één was de Nabuco.
Goed, ik was dus al in een ietwat grumbelbui en er werd me iets opgedrongen….. iemand wilde mij op een nare manier dwingen tot iets……. en dat is waar ik een bloedhekel aan heb, ben niet voor niets gedeserteerd.
Doe iemand een uniform aan en het mens wordt een wezen! Een uniform is een kooi waar maar één beest in past.
Ik gooide dus ook meteen mijn kop in de wind en op die momenten argumenteer ik iedereen de grond in met wat dan ook, dan zit ik helemaal op mijn stokpaardje, heerlijk om de vloer aan te vegen met zo’n engerd!
Alle remmen los en iedere vorm van respekt even aan de kantgeschoven om eens je gram te halen op iemand die “het verdiend”
De man was dan ook niet opgewassen tegen de woordenstroom die er over hem uitgestort werd.
Tussen alle Guyanezen wilde deze man zijn autoriteit niet verliezen en begon te zeuren over het feit dat hij recht had om in de tassen te kijken, als douanier…….
Dat beaamde ik maar zei dat dat dan niet op een beesten-manier hoefde te gebeuren en hij een klein beetje respekt moest tonen want ik werkte voor de EDF, BPS…..bla BLA BLA
Ik merkte toen dat iedereen om me heen stond te genieten want blijkbaar waren de meesten al vaker door deze, muffe, douanerat op een onheuse manier behandeld maar daar niets aan konden zij niets aan doen omdat er altijd wel wat “illegaals” in hun tassen zat.
Toen de man ongeveer de helft van zijn lengte was kwijtgeraakt begon ik mijn slotpleidooi met een theatrale zwaai van mijn armen om de spanwijdte te laten zien en mijn publiek niet teleur te stellen met een vernietigend einde.
Door die beweging schoot bijna een kilo pepitas door mijn boord naar buiten om bijna in het gezicht van de ambtenaar terecht te komen.
Stilte in het gebouw en bij een iedereen die naar ons stond te kijken rees het besef dat zij niet gewroken zouden worden maar dat dit enge mannetje nog sterker in zijn schoenen zou komen te staan.
Dit besef zag je ook in de grijns op het vadsige gezicht langzaam in alle glorie opbloeien.
Wilde meteen toegrijpen om de pepitas te pakken te krijgen maar dat lukte hem niet, heen en weer geleuter en geargumenteer, vliegtuig landde, de hangmatten overhoop en ik niet blij met die aandacht aan een Franse grens.
Ik moest dus met hem mee naar de grote baas van de douanepost en die was nog aan het ontbijten op zijn schitterende, door de Franse belastingbetaler opgehoestte vila, met uitzicht op de Oyapock.
Ik werd toen door de Guyanese uitvoering van bromsnor, als een jachttroffee door St. George gevoerd.
Dat waren maar twee straten waarvan één van modder.
Normaal gesproken vindt ik de aandacht van een plaatselijke bevolking niet hinderlijk en kan het daar wel bij vinden. Echter als je door zo’n vreselijk gluiperig mannetje opgebracht wordt duurt een wandeling veel langer, vooral ook nog met het besef dat een vliegtuigje daar niet wacht.
Ik zag ons al in de ellende, in het beste geval zouden we boete krijgen, kaal geplukt worden, een ongedekte cheque uitschrijven voor een nieuw ticket…… een ramp dus!
En ik maar hopen dat ze geen komputer zouden hebben.
Ik voelde me steeds minder op mijn gemak, goud, dus deviezensmokkel is een hoofdmisdaad en niet echt leuk in je curiculum. De ergste misdaad voor een staat is dat je geld verdiend en daar geen steentje van afdraagt in de vorm van belasting!
Hoe dichter we bij die villa kwamen hoe meer ik een bekend geluid door het oerwoud hoorde schallen. De Nabuco!!!!
Bij het betreden van het huis schoot ik het ambtenaartje voorbij en prijsde de Hoofdman, regelrecht de hemel in over zijn muziekkeuze, vooral in zo’n land waar toch al zo weinig kultuur te vinden was en in een mum van tijd waren we in druk gesprek over het enige muziekstuk wat ik kende en wat me uiter treuren door mijn tandarts was uitgelegd toen het mijn beurt was om te zwijgen en ik geen draai aan het gesprek kon geven!
Het opgewonden mannetje stond naast me bijna de trappelen om aandacht te vragen en mijn misdaad aan te geven.
Omdat wij in een gesprek waren over een onderwerp waar je in St. George met niemand over kon praten, namenlijk klassieke muziek, begon de chef het mannetje lastig te vinden omdat hij er steeds tussen wilde komen. er werd hem dan ook gevraagd om zijn mond te houden wat hem onzekerder maakte en hij terugviel op het creools een mengeling van Engels, Nederlands, Frans en zijn echte moedertaal
Tussen neus en lippen door meldde ik dat ik samen met mijn vrouw op een zakenreisje was en, omdat er bij ons al twee keer ingebroken was, namen wij onze kostbaarheden altijd met ons mee, kijk maar allemaal kettinkjes, zijn van mij heb ik al jaren, kan een gerespekteerd burger, in Guyane dan geen eens meer pepitas mooi vinden…….
“Oh ja mijn vliegtuig staat op punt weg te gaan, ik hoop maar niet dat de ochtend van meneer is verstoord door zo’n laagbijdegronds misverstand waardoor de prachtige muziek is onderbroken.”
Ach wat was mijn dag goed toen ik het dikkertje wanhopig aan zag modderen om de hangmatten weer in onze tassen te krijgen.
Dit gadegeslagen door vriendelijke dames van wie wij tijdens de vlucht allemaal lekkere dingen kregen toegestopt.
Aangekomen in Cayenne hebben we een speciale uitvoerig van de Nabuco gekocht die ik jaren later aan een Spaanse vriendin in Ponta Negra heb gegeven, Mari-Sol van Chalet Suisse.
Reacties lezers